Nog één wedstrijd, dan moet dressuurbondscoach Joyce van Rooijen-Heuitink haar selectie voor de Paralympische Spelen bekendmaken. En dat is een lastige puzzel.

Veertien dressuurcombinaties (ruiter+paard) werden begin dit jaar door bondscoach Joyce van Rooijen-Heuitink op de zogenaamde longlist voor de Paralympische Spelen gezet. Daaruit moet ze half juli de selectie destilleren die in de tuinen van Versailles om de paralympische medailles mogen gaan strijden. Drie combinaties als landenteam, één individueel. En dat landenteam heeft géén wegstreepresultaat. In tegenstelling tot Europese kampioenschappen, wereldkampioenschappen en andere internationale wedstrijden is het op de Paralympische Spelen namelijk niet zo dat de laagste score van elk team niet meetelt. Op de Spelen is het: geen vier, maar drie ruiters in het team. En elke score telt.

Om de regels nog iets verder te verduidelijken: minimaal één van die drie ruiters moet ook nog eens geclassificeerd zijn in Grade I, II of III. Dat zijn dus de ruiters die een zwaardere beperking ervaren bij hun sportbeoefening. 

Wegstreepresultaat
Paralympisch goud als team is de enige medaille die in de ruime erelijst van de dressuurruiters nog ontbreekt. En dus is dat ook het grote doel. Tussen 2018 en 2023 werd Nederland in de landenwedstrijd twee keer Europees kampioen en twee keer wereldkampioen. Alle keren was het een ‘lage-grader’ (Grade I/II/III dus) die het wegstreepresultaat was. Zonder wegstreepresultaat bleef Nederland op de Paralympische Spelen in Tokio steken op zilver.


Dit verhaal is een ingekorte preview van de ParaWatcher Post, die ik wekelijks verstuur. 

Geen nieuwsbrief met nieuws, maar een mail met elke week een verhaal met ruimte voor diepgang, achtergronden, reportages, het verhaal achter het nieuws, achter de prestaties en achter de sporters. Geschreven of gesproken, net wat past. En dat komt dan dus gewoon direct in je mailbox.

Je kunt kiezen voor een gratis abonnement, of voor de premiumversie (5 euro per maand). Aanmelden voor de mail? Dat kan hier. En meer informatie vind je hier.

Foto: Ilse Schaffers