Haar liefde voor paarden begon bij Kos met de Snor, het reusachtige werkpaard uit wijlen het Land van Ooit. Een pretpark vol ridders, reuzen én dus dat paard met de snor. Nu, vele jaren later, is Sanne Voets (33) veelvoudig wereldkampioen én regerend paralympisch dressuurkampioen.

Tekst: Robin Wubben
Foto’s: Mathilde Dusol

“Ik kwam helemaal niet uit een paardenfamilie”, erkent Sanne. “Toen de vonk voor paarden was overgeslagen, heb ik lang moeten zeuren voor ik naar de manege mocht voor een halfuurtje per week ponyles. Aaien, poetsen, knuffelen, vlechtjes maken; dat vond ik het leukst. Pas later begon ik het rijden ook echt leuk te vinden.”

Hoe word je dan van ponyknuffelmeisje paralympisch kampioen?
“Dat gaat met kleine stapjes. Je begint met kleine wedstrijdjes en op een gegeven moment merkten we dat naast ponyles ook privétraining normaal was op het niveau waar ik reed. Dus dan ga je zoeken naar iemand die dat doet en toevallig in de buurt woont. Tot je merkt dat diegene niet meer met je meegroeit en dan ga je op zoek naar iemand anders. Je ambities worden steeds groter. En op het moment dat je je thuis begint te voelen in de setting die je hebt, is het eigenlijk alweer tijd om een volgende stap te maken.”

De eerste jaren reed je in de validensport, hoe ben je in de paradressuur terechtgekomen?
“Ik merkte dat ik tussen de valide ruiters tekortkwam en heb toen mijn classificatie aangevraagd om dispensatie te krijgen. Op dat moment werd ik ook uitgenodigd voor paradressuurwedstrijden. Dat zag ik niet aankomen, omdat ik mezelf niet gehandicapt vond. Na een paar uitnodigingen ben ik toch eens gaan kijken. Daarna een keertje meedoen en al snel kreeg ik een uitnodiging om een Nederlands kampioenschap te rijden.”

Je vond jezelf niet gehandicapt, maar wat ís jouw beperking dan?
“Het is een combinatie van relatief stijve gewrichten die niet de beweging kunnen maken die ze horen te maken. Later ben ik van mijn pony gevallen, waarbij mijn ene been onder hem terechtkwam. Dat zorgde voor best wat schade, ook neurologisch. Tijdens de operaties die volgden is er ook zenuwschade ontstaan. Dit maakt dat ik minder functie en kracht in mijn benen heb.”

Foto: Mathilde Dusol

Best een ingewikkeld verhaal.
“Ja, het is voor veel mensen lastig te begrijpen. Een amputatie is veel duidelijker, daar vindt niemand wat van. Maar van een handicap of ziekte die minder zichtbaar is, vinden mensen wel iets. We hebben toch de behoefte om iets te begrijpen. Op basis van wat mensen zien, trekken ze daarom conclusies. Als ik ergens op krukken loop en ik kom iemand tegen die ik niet ken, wensen ze me vaak beterschap, of vragen ze of ik op wintersport ben geweest. Dat is goed bedoeld, maar maakt het soms lastig.”

Hoe ga je daarmee om?
“Soms is het lastig om te moeten vechten tegen beeldvorming of de conclusie die mensen trekken. Het kost veel energie om te blijven uitleggen wat je hebt en hoe dat is. Bovendien: wat gaat het iemand aan? Heel veel mensen vragen wat ik dan precies voor beperking heb en dat is soms best wat vrijpostig. Maar ach, je went eraan. Je moet een manier vinden om ermee om te gaan die de minste energie kost. Het levert je niks op, dus zorg dan maar dat je er netjes en beleefd mee omgaat. Als iemand ‘beterschap’ tegen me zegt, zeg ik maar ‘dankjewel’. Dat kost de minste energie.”

“Het kost veel energie om steeds uit te leggen wat ik heb en hoe dat is. Het levert je niks op.”

SANNE VOETS

Je rijdt nu zowel dressuur- als paradressuurwedstrijden. Is er een verschil?
“Bij paradressuur zijn de proeven vier jaar lang hetzelfde en werk ik met mijn paard Demantur vooral aan de finetuning. Bij de valide wedstrijden ga je, als je genoeg punten scoort naar een volgende klasse, waar de proeven moeilijker zijn. Het is leuk dat ik die twee dingen kan combineren. Het zit elkaar niet in de weg. Dressuur is bedoeld om een paard gymnastisch te ontwikkelen; om hem sterker en soepeler te maken. Als je dan steeds moeilijkere oefeningen onder de knie krijgt, wordt hij sterker en soepeler. En dan moet hij de paradressuurproeven ook beter kunnen uitvoeren.”

In de kür op muziek, het onderdeel waarop jij paralympisch goud won in Rio de Janeiro, heb je wel meer vrijheid qua oefeningen.
“Dat klopt. De kür op muziek bestaat uit aantal verplichte onderdelen en zolang je binnen de tijd blijft en die oefeningen laat zien, mag je verder veel zelf bepalen: de volgorde, de lijnen die je loopt. Daar zit de grootste ruimte om jezelf optimaal te presenteren; tactisch kun je daar veel winnen.”

Is dat ook de reden dat je daar met Demantur zo goed in bent?
“Ik vind het vooral heel leuk om te doen. Er zijn veel ruiters die zich er makkelijk vanaf maken. Ze bedenken een kür, zetten er een liedje onder en klaar. Dat is prima. Maar als je een écht goede kür hebt, geeft dat kippenvel, doet dat iets met je. De kür die ik nu heb voor de Paralympische Spelen zit wat dat betreft zó goed in elkaar. Het is meer dan een oefening met een liedje eronder. Als je hem luistert en kijkt, zit er zoveel subtiele nuances in. Ik zeg niet dat als je geen fantastische kür hebt, je niks kan winnen. Maar op dit soort gebieden, waar je zelf veel invloed op hebt, wil ik een nieuwe standaard zetten. Ik wil er het maximale uithalen.”

Dit verhaal verscheen eerder in Support Magazine.