Hoewel hij pas 25 jaar is, heeft Jean-Paul Montanus al heel wat internationale tafeltenniservaring. Sinds 2010 reist de Alkmaarder de wereld rond om zijn batje te kruisen met de internationale tafeltennistop. “Deze sport is voor mij heel belangrijk geweest”, zegt hij. “Het heeft mij ervaringen gegeven die ik anders niet gehad had.”

Die opmerking nuanceert hij overigens direct: “Als ik niet was gaan tafeltennissen, dan was ik vast iets gaan doen waar ik ook gelukkig en blij van was geworden.” Sinds zijn geboorte heeft de Noord-Hollander cerebrale parese, waardoor hij halfzijdig verlamd is. “Het is veroorzaakt door een hersenbeschadiging bij mijn geboorte”, legt Montanus uit. “Er zijn zenuwen aangetast, waardoor bepaalde hersenprikkels niet goed worden doorgestuurd. Mijn rechterarm is daardoor onderontwikkeld en mijn balans is wat minder.”

Al van jongs af aan zijn Montanus en zijn tafeltennisbatje onafscheidelijk. “Mijn vader tafeltenniste en daardoor vond ik het ook interessant”, kan hij zich herinneren. “Hij kocht een keer een batje voor me en daarmee ging ik een balletje hooghouden en tegen de kastdeur slaan. Ik was daar heel fanatiek in, maar er was geen club in Alkmaar. Toen ik op zwemles ging in Heerhugowaard, kon ik ook gaan tafeltennissen. Naast het zwembad zat namelijk een vereniging waar ik voor het zwemmen dan elke zaterdag ging trainen. Ik mocht toen ook gelijk competitie spelen. Ik heb nationaal altijd bij de validen meegespeeld en bereikte ook de jeugdmeerkamp met de beste twaalf spelers van Nederland tot 12 jaar.”

Het is heel gaaf om in de paralympische sport uit te komen, maar ik zag mezelf toen niet als gehandicapt

Gehandicaptensport
Via via komt Montanus in aanraking met de gehandicaptensport. Hij wordt op zijn twaalfde uitgenodigd voor een paralympische talentdag. “Ik wist niet of ik dat wel wilde; gehandicaptensport. Ik had altijd bij de validen getafeltennist en vond het heel confronterend om alleen maar omringd te worden door mensen met een handicap”, zegt Montanus. “Het is heel gaaf om in de paralympische sport uit te komen, maar ik zag mezelf toen niet als gehandicapt. Ik werd omringd door valide spelers; je ziet jezelf natuurlijk niet spelen. Voor mijn gevoel speelde ik valide tafeltennis; waarom zou ik bij de gehandicapten gaan spelen?”

Pas in 2009 weet zijn vader Montanus over te halen om tóch de paralympische sport te proberen. Een telefoontje naar bondscoach Johan Lieftink is genoeg om met de selectie mee te mogen trainen. “Ik hoefde me niet te bewijzen bij een talentdag, want Johan wist wat voor niveau ik had. Een jaar later speelde ik mijn eerste internationale toernooi in het Italiaanse Lignano. Het niveau van de spelers met de handicaps die ze hebben, vond ik enorm inspirerend. Ik merkte dat ik in bepaalde situaties toch ‘anders’ was dan de rest. Toen ik zag wat die sporters konden, ondanks hun handicap die veel zwaarder was dan wat ik had, dacht ik: ik moet niet zo zielig doen, er is van alles mogelijk. Het heeft echt mijn ogen geopend.”

... lees verder onder de foto ...

Foto: Mathilde Dusol (EK 2015)

Tafeltennis is volgens Montanus een ideale sport voor mensen met een handicap. Met weinig aanpassingen kun je de sport op een hoog niveau beoefenen. “Voor tafeltennisbegrippen heb ik best een redelijk zware handicap”, erkent hij.  “Maar daarmee kan ik toch nog ver komen. Andere sporten zijn er ook als paralympische versie, maar die worden helemaal aangepast. Dat is natuurlijk ook heel mooi, maar bij tafeltennis kun je met veel trainen ook in de valide sport nog ver komen. Tafeltennis laat zien wat er voor mensen met een handicap mogelijk is. Dat inspireert enorm.”

Goede resultaten
De eerste paar toernooien haalde Montanus naar eigen zeggen geen bijzondere resultaten. Een plaats in de achtste finale, hooguit kwartfinale. En altijd is er een sterke speler waar hij van verliest. “Mijn eerste échte resultaat was de halve finale op het EK in 2011. Daarna werd het weer wat minder. Ik won een klein toernooitje, maar op de één of andere manier zijn het de grote toernooien die mij motiveren. Naar die evenementen werk je echt toe. Je bent er in trainingen en in je hoofd mee bezig. Omdat ik een studie erbij deed en ook nog mijn competitie had, waren de kleinere toernooien meer een voorbereiding op een EK of WK. Dáár wil ik in topvorm aan de start komen.”

Montanus wil zichzelf nog geen echte topsporter noemen. “Ik wil het maximale uit trainingen halen”, zegt hij. “Tafeltennis vind ik geweldig, maar de fysieke trainingen; daar ben ik geen fan van. Ik ben er wel meer mee bezig, weet ook wel dat ik lichamelijk sterker moet worden om bij de top te horen, maar denk nooit ‘yes, naar de sportschool’. Als ik de stap naar de top wil maken, zal ik er toch aan moeten geloven.”

Hoewel hij paralympisch sporter is, spiegelt hij zich nog altijd aan zijn valide collega’s. “Ik speel valide op een hoog amateurniveau. Ik vind het belangrijk om in die competities een hoog niveau te halen”, zegt Montanus. “Als het daar goed gaat, weet ik dat het paralympisch ook goed gaat.”

... lees verder onder de foto ...

Montanus viert zijn Europese titel met coach Lumen Dekker (archieffoto: Mathilde Dusol)

Zijn grootste succes vierde Montanus in 2015, toen hij in het Deense Vejle Europees kampioen werd. Hij won daar op weg naar de finale van de nummers 1 en 2 van de wereldranglijst; dé bevestiging dat hij ook bij de top hoort. Op de Paralympische Spelen in 2016 werd hij in de kwartfinales uitgeschakeld. “Ik wil nog een aantal stappen maken en constanter te worden. Mijn voetenwerk kan nog beter, al weet ik niet hoeveel nog. Door mijn handicap zijn er grenzen aan wat wel en niet kan, maar ik zou nog wel wat sneller op mijn benen willen worden.”

Dit verhaal verscheen in iets aangepaste vorm in 2015 in Support Magazine.