(Leestijd: 7.16 min) – Rolstoelhandbal is nog een relatief kleine sport in Nederland. Toch groeit het aantal spelers explosief: van één team met zeven spelers in 2013 naar nu ruim honderd spelers bij acht verschillende verenigingen door het hele land. En ‘we’ zijn goed in rolstoelhandbal. Dit jaar verdedigt Oranje voor de tweede keer de Europese titel.

Rolstoelhandbal in Nederland zag zo’n vier jaar geleden het licht. De Castricumse handbalvereniging CSV bestond 65 jaar en ter gelegenheid van dat lustrum werd een wedstrijd gespeeld tegen een rolstoelhandbalteam. Dat team werd geformeerd door spelers uit het nabijgelegen revalidatiecentrum Heliomare. “Het was de bedoeling dat het iets eenmaligs was, maar het enthousiasme was zo groot, dat we besloten hebben door te gaan. We hebben de sport enorm gepromoot, we deden demonstraties door het hele land bij voornamelijk handbalclubs en revalidatiecentra.”

Foto: Cobi Neeft

Aan het woord is Frank Hooning (foto rechts). Vanaf het eerste moment maakt hij deel uit van de Nederlandse rolstoelhandbalwereld – en inmiddels ook van de nationale selectie. Hooning werd eind 2013 overvallen door de aandoening ADEM; wat uitval veroorzaakt in het centrale zenuwstelsel. Daardoor kan hij zijn benen niet honderd procent aansturen. Voorheen was hij een fervent honkballer, nu alweer vier jaar verslingerd aan rolstoelhandbal.

Hij vertelt: “Toen ik in Heliomare revalideerde, werd me gevraagd of ik zin had om mee te doen aan die wedstrijd bij CSV. Ik had nooit gehandbald, maar was meteen verkocht. Ik vond het fantastisch om een teamsport te doen. We zijn echt een team, doen alles samen. Dat merk je uiteraard met spelers die er al langer bij zitten, maar ook met de nieuwelingen.”

Handbalbeest
En die saamhorigheid, het teamgevoel, is ook te zien op het veld. Tijdens de eerste training van Oranje op weg naar de EK zijn er liefst vier debutanten aanwezig. Wie niet weet welke vier het zijn, kan ze er niet zomaar uithalen. Ze zijn binnen twee uur trainen helemaal opgenomen in de ploeg. “Als dat niet zo was, zou de lol er voor mij ook snel af zijn. De teamspirit is voor mij heel belangrijk”, erkent Frank.

Ik ben echt een handbalbeest. De eerste keer dat ik weer in het doel stond, was geweldig

Keepster Joyce van Haaster ziet het toch net anders: “Voor mij is het vooral het spelletje. Ik ben gek op handbal.” Ze was ooit een talentvolle handbalkeepster, speelde in Jong Oranje, tot een tumor in haar been haar dwong te stoppen. Ze vertelt: “Ik dacht dat ik nooit meer zou handballen en ben eerst gaan rolstoeltennissen. Toen ik op YouTube een filmpje tegenkwam van een demonstratie rolstoelhandbal, wist ik meteen: dit is wat ik wil. Ik ben echt een handbalbeest wat dat betreft. De eerste keer dat ik weer in het doel stond, was geweldig. Dat vergeet ik nooit meer.”

Maar wat maakt rolstoelhandbal anders dan valide handbal? Joyce kan de vergelijking maken: “Natuurlijk kun je geen sprongschot maken, en niet rennen. Maar verder is het eigenlijk niet heel anders. Ja, zittend gooien is lastiger dan staand gooien; het is een onnatuurlijke beweging. Maar ik doe dat nu vier jaar en weet niet beter. Ik heb minstens zoveel spelplezier als in het valide handbal.”

Speciaal voor Joyce zijn de internationale spelregels aangepast. Eén van de VELDspelers moet nu een vrouw zijn

Qua spelregels zijn er slechts kleine verschillen met het Olympische broertje: de goal is veertig centimeter lager, elk team mag één speler zonder handicap opstellen (uiteraard wel in een rolstoel), de sport wordt gemengd gespeeld en in elk team moet minimaal één vrouw zitten. “Eén vrouw als veldspeler”, vult Frank lachend aan. “Die regel is speciaal voor Joyce gemaakt. Tijdens de eerste Europese kampioenschappen waar we aan meededen, in 2015, was de regel nog zo dat één van de zes spelers een vrouw moest zijn. Wij hadden Joyce als keepster en vijf mannen in het veld. Dat vonden de tegenstanders niet zo leuk. Daarna is die regel ook meteen gewijzigd.”

Lees verder onder de foto

Het onderwerp is aangesneden: de Europese kampioenschappen. Want hoewel gezelligheid, teamspirit en saamhorigheid belangrijk zijn, is het team ook erg gevoelig voor goed presteren. In 2015 en 2016 werd Oranje Europees kampioen. “Zeker het eerste jaar tot onze eigen verbazing”, zegt bondscoach Piet Neeft. “We hadden in Nederland één team, CSV, en dat team werd uitgenodigd om als nationaal team mee te doen aan de EK in Oostenrijk. We hadden tot dan toe alleen demonstraties gegeven, nog nooit een echte wedstrijd gespeeld en geen idee wat we konden.” Frank valt hem bij: “We gingen erheen met het idee: als we één wedstrijd winnen, is het leuk. De eerste wedstrijd tegen Noorwegen speelden we heel slecht, maar wonnen we wel.”

Foto: Cobi Neeft

Portugese overmacht
De herinneringen van de twee spelers en de bondscoach (foto rechts) over dat eerste toernooien buitelen over elkaar heen op tafel. “We zagen na die eerste wedstrijd Portugal spelen tegen Zweden en dachten: als we daar met minder dan tien punten verschil van verliezen, doen we het goed”, zegt Joyce. Piet vult aan: “Portugal was op dat moment echt toonaangevend in het Europese rolstoelhandbal; zij kwamen ook echt binnen met een uitstraling van ‘wij winnen dit wel even’. En dat gebeurde niet; wíj wonnen het duel in de groepsfase!” In de finale kwamen beide landen elkaar weer tegen en opnieuw won Nederland. Het scenario herhaalde zich in 2016, opnieuw werd Oranje Europees kampioen, in een finale tegen Portugal.

Het volgende EK is in 2018 in het hol van de leeuw, in Portugal. En in 2020 komt de Europese rolstoelhandbaltop naar Nederland. “We hopen dat het toernooi dan wat verder kan groeien”, zegt Piet. “Op dit moment doen er vier landen mee aan de Europese kampioenschappen; het zou mooi zijn als dat groeit naar zes, acht of misschien nog meer landen. Er zijn genoeg landen die ook rolstoelhandbal spelen.” En verdere dromen? Natuurlijk valt het P-woord: Paralympische Spelen. “Dat zou helemaal fantastisch zijn”, glundert Joyce. “Maar eerst maar eens een WK. Dat zou al zo’n enorme stap vooruit zijn.” Op dit moment zijn er nog geen wereldkampioenschappen. Frank: “Er wordt in ongeveer 27 landen gerolstoelhandbald, dus een WK zou zeker kunnen. Het lijkt me fantastisch om dat mee te maken.”

Lees verder onder de foto

Foto: Cobi Neeft

Eigen competitie
Even een stapje terug, naar Nederland, naar de Nederlandse competitie. Er doen zes teams mee aan deze competitie. Tot dit seizoen werd die gespeeld in ‘toernooivorm’, waarbij alle teams op dezelfde dag, in dezelfde sporthal, elkaar troffen in korte wedstrijdjes. Sinds dit seizoen gaat het anders: alle teams komen nog wel naar dezelfde sporthal, maar treffen elk per dag twee tegenstanders in wat langere wedstrijden. Aan het einde van het seizoen strijden de vier beste ploegen om het Nederlands kampioenschap. “Dat komt het wedstrijdritme ten goede”, zegt Piet over zijn sport.

Zelf rolstoelhandballen?
In Nederland zijn er op dit moment zeven rolstoelhandbalclubs:
1. DFS Arnhem in Arnhem
2. h.v. BFC in Beek
3. HCB ’92 in Boxtel
4. CSV Handbal in Castricum
5. Quintus Handbal in Kwintsheul
6. Westfriesland SEW in Nibbixwoud
7. HV Ventura in Schiedam

Bij verenigingen in onder andere Almere, Breukelen en Gorinchem wordt hard gewerkt om ook een rolstoelteam op te zetten. Kijk voor meer informatie over rolstoelhandbal op www.rolstoelhandbal.nl en www.rolstoelhandbalplatform.nl.

 

Blijft er nog één vraag over: voor wie is rolstoelhandbal nou leuk? Na enig nadenken zegt Frank: “Eigenlijk voor iedereen. Honkbal was mijn grote passie, rolstoelhandbal is mijn nieuwe passie geworden. De sport heeft alles: tactiek, teamsport, sportiviteit en het is geschikt voor veel verschillende handicaps. Bij CSV hebben we een jongen die geen functionaliteit heeft in een van zijn armen, maar door dubbele besturing aan de andere kant kan hij gewoon zijn rolstoel voortbewegen en meedoen. Eigenlijk iedereen die zelf een rolstoel kan voortbewegen, kan rolstoelhandballen. Wat dat betreft bestaat ‘ik kan het niet’ in rolstoelhandbal niet.”

Dit verhaal is eerder verschenen in Support Magazine.