Een onderwijssysteem waarin iedereen kan meedoen, is een ideaalbeeld in een inclusieve samenleving. Maar het klinkt makkelijker dan het werkelijk is. Het Dominicus College bewijst met haar afdeling “De Monnikskap” dat het wel kan: het is een aparte afdeling, maar waar mogelijk sluiten leerlingen aan bij de rest van de school.

Tekst: Robin Wubben
Foto’s: Mathilde Dusol

De Monnikskap ging in 1962 als afdeling van de aan de Sint Maartenskliniek verbonden Sint Maartensschool in Nijmegen speciaal voorgezet onderwijs verzorgen voor kinderen met een beperking of chronische ziekte. De school verhuisde in 2008 van het terrein van de Sint Maartenskliniek naar een nieuwe vleugel van het “reguliere” Dominicus College. Het is momenteel de enige school in Nederland waar kinderen met een lichamelijke beperking in een eigen tempo een havo- of vwo-diploma kunnen halen. Waar mogelijk sluiten de leerlingen aan op het programma van hun leeftijdsgenoten zonder beperking.

Jan Troost is oud-leerling van De Monnikskap. In 1971 kwam hij als brugklasser uit Dordrecht in Nijmegen terecht. ‘Geen gewone school in de omgeving van Dordrecht wilde mij hebben’, weet hij nog. ‘Toen zei de dokter: jij zult het toch van je hersens moeten hebben, dus moet je naar Nijmegen.’ De Monnikskap was toen nog gevestigd op het terrein van de Sint Maartenskliniek, boven op een berg aan de rand van Nijmegen. ‘We zaten daar afgesloten van de buitenwereld. Hek erom, één weg erin en eruit’, zegt Jan. ‘Ik hoorde bij het groepje nieuwkomers van buitenaf en wij vonden dat we daar niet hoorden, dat wij naar een reguliere school moesten. We hebben ervoor geprotesteerd dat we midden in de samenleving hoorden. Het is mooi dat dat inmiddels gebeurd is.’

De Monnikskap: leerling Casper de Gans, docent Jeroen Pouwels, oud-leerling Jan Troost en leerling Jeroen Berkers (v.l.n.r., foto: Mathilde Dusol)

‘Absoluut’, zegt Jeroen Pouwels, docent Nederlands aan het Dominicus College. ‘De Monnikskap biedt extra faciliteiten, extra zorg en extra tijd, maar is wel regulier onderwijs. Leerlingen krijgen een gewoon diploma. En dat is een goede voorbereiding op de maatschappij. Dat werkt overigens twee kanten op: ook voor kinderen zonder beperking is het belangrijk; zij maken kennis met de wereld van kinderen met een beperking. Dat is beter dan toen de school vroeger boven op de berg zat.’  Leerling Casper de Gans (17) deed zijn laatste basisschooljaren boven op de berg van de Sint Maartenskliniek. Sinds hij op De Monnikskap zit, voelt hij zich niet meer “anders”: ‘Hier ben je onderdeel van een reguliere school; we horen er gewoon bij. Of het nou de leerlingenraad is, de open dag van de school of een muziekavond; iedereen doet mee.’

PASSEND ONDERWIJS

In 2014 werd de Wet Passend Onderwijs gelanceerd. Doel was dat elke leerling op school een plek zou krijgen die past bij zijn of haar mogelijkheden, met waar nodig extra ondersteuning. ‘Dat is op papier een goed idee’, zegt Pouwels, ‘maar als school moet je maatwerk gaan bieden. Als je in een klas van dertig leerlingen hebt en voor een leerling maatwerk moet bieden, met zes, zeven verschillende docenten per dag, dan lukt dat niet. Scholen doen wel moeite, maar in de druk van het onderwijs vallen die leerlingen uit.’ Zesdejaars leerling Joris Berkers (18) vult aan: ‘Het unieke aan onze school is dat er sprake is van integratie, maar ook van clustering. Juist omdat hier een grotere groep leerlingen die maatwerk nodig hebben bij elkaar zit, lukt het om maatwerk te leveren.’ Niet voor niets werd De Monnikskap in een advies van de Onderwijsraad aan de minister van Onderwijs vorig jaar als het “goede voorbeeld” genoemd. ‘Dit is niet het ideaalplaatje, omdat het nog steeds een aparte afdeling is’, erkent Troost, die tegenwoordig in verschillende functies de belangen van mensen met een handicap behartigt. ‘Maar het is wel een stap in de goede richting. Deze school is een perfecte experimenteerplek om te kijken hoever je met inclusie kunt gaan.’

Docent Jeroen Pouwels en oud-leerling Jan Troost in de schoolbanken van De Monnikskap (foto: Mathilde Dusol)

TOEKOMST

Op dit moment krijgt het Dominicus College extra bekostiging voor de Monnikskap van het ministerie van OCW. Leerlingen komen vanuit het hele land naar Nijmegen, ouders verhuizen speciaal naar de regio zodat hun kind naar een passende middelbare school kan. De toekomst van De Monnikskap is echter onzeker, omdat de financiering vanuit het ministerie wordt vanaf 2022 afgebouwd. Leerlingen kunnen daarna nog wel met (minder) geld uit het regionale Samenwerkingsverband Voortgezet Onderwijs-Voortgezet Speciaal Onderwijs naar De Monnikskap.

‘Maar’, zegt Pouwels, ‘het betekent dat leerlingen van buiten de regio moeilijker naar ons toe geleid zullen worden, tenzij de samenwerkingsverbanden in andere regio’s hier medewerking aan verlenen. Gebeurt dit niet, zal het aantal leerlingen van De Monnikskap dalen. En met minder leerlingen is het meest zwarte scenario dat onze afdeling moet sluiten. Daar gaan we niet van uit, maar zou dat wél gebeuren, betekent het dat leerlingen met een beperking die havo/vwo-niveau hebben, geen diploma meer op dat niveau kunnen halen. Dat is een zorg die ouders en collega’s wel hebben. Het wordt een spannende tijd.’ Leerlingen delen die zorgen, zegt Berkers: ‘Als het zover komt, wordt leerlingen de kans ontnomen om de volle potentie uit zichzelf te halen. En dat is heel kwalijk.’

Naast sportverhalen schrijf ik ook over wonen, werken en leven met een beperking. Dit verhaal verscheen eerder in Support Magazine.