Vorige week sprak ik een van jouw paralympische collega’s. Ze heeft een paar leuke sponsoren, waar ze superblij mee is. Maar tegelijkertijd: met wat meer financiële middelen kan ze haar sport nóg beter bedrijven. Én kan ze ook geld steken in alles wat er nog meer bij topsport komt kijken: goede huisvesting, vervoer, je eigen marketing, goede voeding, mental coaching en een stukje promotie.

“Maar Robin, wat voor bedrijven moet ik dan benaderen?”

Mijn eerste antwoord op deze vraag is altijd: bedrijven waar je iets mee hebt. Natuurlijk kun je alle bedrijven ter wereld benaderen, maar als je he-le-maal niks met een bedrijf hebt, wordt het wel een beetje schieten met hagel. Schieten met scherp heeft veel meer zin.

We brainstormen een beetje over bedrijven die iets doen in haar sport, bedrijven die iets doen in de hulpmiddelen die zij voor haar sport nodig heeft, bedrijven waarmee ze eerder contact heeft gehad en ook over bedrijven in haar eigen regio.

“Ja, maar díe ga ik niet benaderen! Die kénnen me!”

Ik ben verbaasd. Ze zegt dus dat ze in een dorp woont waar bijna iedereen haar kent, dat daar best wat bedrijven zitten waarvan ze de directeur persoonlijk gesproken heeft, maar dat ze die níet wil vragen om haar te ondersteunen of sponsoren.

Ik snap het niet.

“Dat voelt als schooien”, vult ze aan.

Schooien? Nee joh!

Ja… Als je alleen je handje zou ophouden en ‘help mij’ zegt. Dan is het schooien.

Maar dat doe je dus niet.

Je hebt een fantastisch verhaal, bent een inspirerende sporter die veel gepresteerd heeft. Die bekend is op een positieve manier. Die anderen wil helpen met haar ervaringen. Die een geweldige ambassadeur is van haar dorp, van haar regio. Die voor het bedrijf dat ze benadert ook iets terug wil doen. 

Wat die tegenprestatie inhoudt? Natuurlijk mag hun logo op je website, of misschien wel op je kleding, of je auto. Natuurlijk kun je meewerken aan een reclamecampagne. Maar denk ook aan een lezing, een clinic, een inspiratiesessie, een sportmiddag om jouw sport te ervaren; je hebt zo’n bedrijf nog veel meer te bieden. Je kunt het bedrijf, de medewerkers en klanten een unieke ervaring geven. En een regionaal bekend bedrijf wil toch maar wát graag met een regionaal bekende sporter geassocieerd worden?

“Ja, daar heb je wel gelijk in, Robin”, zegt ze. “Ik moet er toch nog maar eens over nadenken.”

Op een sponsor afstappen kan natuurlijk ongelofelijk eng zijn. Maar als jij iets supertofs te bieden hebt, met een goed en eerlijk verhaal, is dat voor zo’n bedrijf alleen maar heel gaaf. En word je er allebei beter van.

Natuurlijk: niks moet. Maar zulke kansen-voor-open-doel gewoon maar laten liggen, is wel heel erg zonde.

Groeten, Robin

P.S. Laat jij ook kansen-voor-open-doel liggen? Geen idee wat je te bieden hebt? Ik denk graag met je mee hoe je die kansen wél kunt pakken.