Bijna acht jaar na de tranen om hun vierde plaats in Rio de Janeiro roeien Corné de Koning en Esther van der Loos komende zomer opnieuw een paralympische race. Een verrassende wending in de samenwerking tussen De Koning en Chantal Haenen. Die laatste moest de dubbeltwee vroegtijdig verlaten; Van der Loos komt terug uit haar ‘roeipensioen’. Een reconstructie.

Corné de Koning (34) roeide met de inmiddels gestopte Annika van der Meer in 2021 naar zilver op de Paralympische Spelen in Tokio. Chantal Haenen (26) finishte in de Japanse hoofdstad als handbikester net naast het podium, met een vierde plaats in de tijdrit. In datzelfde jaar – 2021 dus – werd ze wereldkampioen in de tijdrit en wegwedstrijd. En in de post-paralympische winter ontstond er tussen De Koning en Haenen een samenwerking: de Limburgse ging handbiken en roeien combineren en wilde proberen om in beide sporten succesvol te zijn op de Paralympische Spelen in Parijs.

Met brons in hun eerste gezamenlijke World Cup, een vierde plaats op hun eerste WK in 2022 en zilver op de Europese kampioenschappen in 2023 (foto onder) leek de weg richting Parijs ingezet. Op de wereldkampioenschappen in september vorig jaar werden De Koning en Haenen opnieuw vierde. En die prestatie was voldoende voor een ticket voor de Paralympische Spelen. De ruime achterstand op het goud en zilver (meer dan 20 seconden) zorgde bij Haenen echter voor twijfel. Geen twijfel over de kansen op een paralympische medaille, maar wel over de weg daarnaartoe. 

“We hadden een oké seizoen gedraaid en ik zag ruimte voor progressie”, blikt Haenen nu terug. “Ik was in onze evaluatie kritisch op het programma. In mijn ogen simpele dingen gebeurden niet. Ik vond dat we meer gebruik moesten maken van data, dat we meer moesten meten. Vanuit het handbiken was ik dat gewend, bij het roeien ging dat anders.”

Foto: Babette Berkelaar/TeamNL Roeien

Meters maken
“Afgelopen jaar was handbiken voor Chantal leidend”, zegt De Koning. “Dat wisten we vooraf: het was voor de wielrenners een belangrijk jaar om punten te verzamelen om straks in Parijs met een zo groot mogelijk team te kunnen starten. Maar daardoor hebben we afgelopen jaar gewoon veel minder samen getraind. Roeien is een sport die draait om ervaring; samen veel meters maken in de boot. En dat hebben we te weinig gedaan. Natuurlijk zouden we van alles kunnen gaan meten en meer data kunnen verzamelen, maar er was in de ogen van onze coach Jan Klerks veel meer te winnen door samen te trainen. Daar ben ik het mee eens, we konden nog grote stappen maken.”

Naast de kritiek op de aanpak wilde Haenen een evaluatiemoment inbouwen na de eerste World Cup van 2024, half april in het Italiaanse Varese. Zo’n vier maanden voor de start van de Paralympische Spelen in Parijs wilde ze kijken waar de dubbeltwee stond en hoe het dan verder moest. Haenen zegt: “Mijn idee was om in de winter veel werk te verzetten en dan te zien waar dat toe leidt. De bevestiging zouden we dan in die eerste World Cup moeten zien. Als we daar ineens tiende zouden worden, had het geen zin om verder te gaan. Ik wil straks niet naar Parijs om met moeite de A-finale te halen. Ik ga er niet heen om mee te doen, ik wil een medaille winnen. Dat perspectief moet er dan wel zijn.”

“Ik ga niet naar Parijs om mee te doen, ik wil een medaille winnen. Dat perspectief moet er zijn”

Chantal Haenen

Bevestiging
Het door Haenen voorgestelde evaluatiemoment wordt het belangrijkste discussiepunt. Er wordt met elkaar gesproken, heen en weer gemaild, en in een gezamenlijk gesprek met coaches en roeiers komen de Koning en coach Jan Klerks tot de conclusie dat er voor Haenen geen plaats meer is in de dubbeltwee; ze missen bij de roeister het vertrouwen in het team.

“Ik sta achter dat besluit, maar vind het wel jammer”, zegt De Koning. “Door alles wat er gebeurd is, hebben we niet de kans gekregen om het écht te proberen. Met een goede winter en veel meters samen in de boot hadden we nog veel sterker geworden. Maar dan nog zouden we dus afgerekend kunnen worden op een of andere prestatie in april. Ik snap dat je bevestiging zoekt, maar dan was er altijd wel een stok te vinden om mee te slaan, was er altijd wel een argument om te stoppen met roeien. Dat is geen basis om samen te werken: of je gaat er honderd procent voor, of niet. We hebben door te voldoen aan de kwalificatie-eisen voor Parijs bewezen goed genoeg te zijn om daar straks mee te doen om de medailles. Meer bevestiging heb je toch niet nodig?”

“Het gevoel is dubbel. Het is fijn dat ik met Esther naar Parijs kan, maar ik had het traject graag afgemaakt met Chantal.”

Corné de Koning

Haenen zegt nu: “Het is voor iedereen klote, het was fijn als we er samen over hadden kunnen praten waar de mogelijkheden wél lagen. Dat vind ik wel moeilijk.” De Koning concludeert: “Misschien was het van ons uit in eerste instantie niet slim om dit traject met Chantal aan te gaan. Ergens was er natuurlijk altijd de kans dat ze niet vol voor twee sporten kon gaan.” Dat erkent ook Haenen: “Ja, het was misschien te veel. Vijf uur per dag in de auto om op de Bosbaan te trainen; dat is niet niks. Uiteindelijk moet je een team om je heen hebben – bij beide sporten – dat daarin mee wil denken. En dat is niet helemaal gelukt. Dat is jammer.”

Op het moment dat Klerks Haenen uit de boot zet, is er geen zicht op een andere teamgenoot voor De Koning. De Zeeuw twijfelt zelf ook over Parijs: “Ik heb niet meteen gedacht over hoe ik verder kon. Het idee kwam eigenlijk vanuit de bond; zij kwamen met het idee om Esther te vragen. Toen zijn zij het gesprek met haar aangegaan.” Van der Loos (55) zette na Rio een punt achter haar carrière, maar bleef altijd bij de pararoeiers betrokken als teammanager én vaste reserve. De Koning: “Ze is al die jaren actief gebleven, de basis is er nog wel. En al die uren die we op weg naar Rio 2016 hebben geroeid, zijn niet weg. Het voelde al in onze eerste training meteen weer vertrouwd.”

Van der Loos en De Koning op de Spelen in Rio de Janeiro (foto: Mathilde Dusol)

Dubbel

De Koning concludeert: “Het gevoel is dubbel. Ja, het is fijn dat ik met Esther tóch naar de Paralympische Spelen kan, ook al moeten we de ambities misschien bijstellen, moeten we zien hoe sterk we het in acht maanden kunnen krijgen. Maar ondanks alles had ik het traject naar Parijs graag met Chantal afgemaakt. Er zal veel in en dat voelt niet ‘af’.”

Of Haenen komende zomer als handbikester naar de Paralympische Spelen mag, is nog niet zeker. Op dit moment heeft Nederland voor de vrouwen drie startbewijzen in handen en zijn er vijf kandidaten die voldaan hebben aan de kwalificatie-eisen. Op 30 juni sluit de kwalificatieperiode.

Tekst: Robin Wubben/ParaWatcher
Foto’s: Ilse Schaffers (De Koning/Haenen), Babette Berkelaar (EK 2023), Mathilde Dusol (Rio 2016)