Gedreven, gepassioneerd. Voor een buitenstaander bij vlagen misschien op het maniakale af. Zelfs bij een enorme voorsprong, of in de allerlaatste seconden, kan  bondscoach Gertjan van der Linden nog boos worden op zijn speelsters. Verslappen is geen optie. Elke wedstrijd is voor de rolstoelbasketbalsters onderdeel van een veel groter geheel. Van een veel groter proces.

Pas in het derde kwart van de WK-finale durft Van der Linden af en toe een glimlach toe te laten. Bij voorkeur na een aanval uit het boekje. Of beter: uit zíjn boekje. De tegenstander helemaal zoek rollen, de Britse vrouwen als verdwaald decor voor een Nederlandse aanval. Totaalrolstoelbasketbal, zo zou het misschien wel moeten heten. Na een aanval waarbij de vijf vrouwen op het veld een ingewikkeld rolpatroon neerleggen, staat er uiteindelijk eentje vrij onder de basket. Twee punten. Gebalde vuist bij Van der Linden. Snel weer zitten. Focus. Gepaard met een wat norse blik.

Voor elke wedstrijd voelt hij de spanning. Spanning die hij kent uit zijn loopbaan als actief rolstoelbasketballer. De voormalig ‘Beste Rolstoelbasketballer van de Wereld’ heeft nog dezelfde trekjes als toen hij zelf over het veld rolde. “Voor een wedstrijd ben ik gespannen, moet ik een paar keer naar het toilet. Dat had ik als speler al en dat heb ik nog steeds. Als het spel dan eenmaal gaat lopen, ben ik die spanning wel kwijt”, erkent hij. “En ja, zo’n wedstrijd kost een hoop energie. Ook voor mij. Ik ben constant gefocust, probeer alles te zien wat er in het veld gebeurt. Gelukkig heb ik een goed team om me heen waar ik mee kan discussiëren en sparren.”

Zo’n wedstrijd kost een hoop energie. Ook voor mij. Ik ben constant gefocust

Verslappen mag niet
Vier keer tien minuten. Van de eerste seconde tot de laatste. Van der Linden moppert als het mis gaat, coacht waar nodig en staat driftig gebarend langs de zijlijn. Of het verschil nou één punt is of twintig, maakt niet uit. Denkt hij dan nooit: het is binnen, het is wel goed zo? “Nee, dat kan niet”, antwoordt hij gedecideerd. “We zijn bezig in een proces naar de Paralympische Spelen in Tokio. Na Rio hebben we een aardige switch gemaakt, we hebben op de WK zes nieuwe speelsters in het team. Die moeten nog heel veel leren, dus van verzwakken of rustig aan doen, wil ik niks weten.”

Proces, proces, proces. ‘Gouden missie’ was het woord richting Rio 2016, maar toen dat eindigde in ‘balen met brons’ is die term snel overboord gegaan. Het team zit in een proces. Natuurlijk is het doel goud in Tokio. Maar dat zeggen ze nu niet meer zo hardop.

... lees verder onder de foto ...

Foto: Mathilde Dusol

Wedstrijdspanning laat zich niet nabootsen in een training. Dus telt op weg naar het gou…, sorry, in het proces, elke wedstrijd – zéker op een WK. “We maken afspraken met elkaar en die moet je nakomen. Ook in de allerlaatste seconden. Ook als je een ruime voorsprong hebt”, doceert Van der Linden zijn filosofie. “Natuurlijk ben ik superblij, de prestatie is geweldig. Maar ik kijk verder dan deze WK. Elk toernooi, elke belangrijke wedstrijd, moet je spelen. Dat kun je niet trainen. Het is een proces tot Tokio. Daar kunnen die laatste seconden beslissend zijn; daar kunnen de invalsters beslissend zijn. Dus blijven we scherp.”

Ervaring
Het feit dat alle speelsters ook werkelijk speelminuten krijgen, moeten we dan ook vooral niet zien als een sociaal gebaar. Geen ‘dat is toch leuk voor die meiden’. Of: we staan ruim voor, dus het kan wel. “Alle meiden hebben een rol in het proces”, legt de in 2004 gestopte international uit. “Als je ziet dat je gaat winnen en je kunt daarbij alle speelsters gebruiken, dan ben je een dief van je eigen portemonnee als je dat niet doet. Maar dan moet je die tijd wel nuttig gebruiken. Iedereen moet ook dan scherp blijven. Als je het dan laat lopen, is het voor die meiden niet nuttig. Juist door in hun speeltijd ook scherp te zijn, kunnen we heel grote stappen maken. Dan is het voor de invalsters ook een leerproces. En zo maken we het hele team beter.”

Er zit ook bij de ervaren speelsters nog veel rek in. Natuurlijk gaat leeftijd bij sommigen een rol spelen, maar Tokio is al over twee jaar

Inderdaad: het hele team. Niet alleen de jonkies die voor het eerst mee zijn naar een groot toernooi. Ook ervaren krachten als Mariska Beijer, Cher Korver, Carina de Rooij en Jitske Visser. Zelfs Bo Kramer is met haar 19 jaar al een ervaren kracht. “Zij hebben een bepaalde verantwoordelijkheid en die pakken ze. Er zit ook bij hun nog veel rek in. Natuurlijk gaat leeftijd bij sommigen op een gegeven moment een rol spelen, maar Tokio is al over twee jaar. Als ik zie hoe fit iedereen nu is, hoe ze trainen, wat ze ervoor doen en laten, dan denk ik dat we over twee jaar met een totale ploeg van twaalf fitte meiden mee kunnen doen om de prijzen.”

Mooiste wedstrijd
Als actief rolstoelbasketballer won de nu 51-jarige bondscoach al eens goud op de Paralympische Spelen en stond hij één keer in een WK-finale. Als coach was dat dit jaar een nieuwe ervaring. “Een finale is de mooiste wedstrijd die er is. We zijn nu twee keer Europees kampioen geworden, maar een hoofdprijs op een mondiaal toernooi – een WK of de Paralympische Spelen – hadden we nog niet. Dat is een droom waar we keihard voor hebben gewerkt en ook voor blijven werken.”

... lees verder onder de foto ...

Van der Linden en assistent-coach Irene Sloof in gesprek met Bo Kramer (foto: Mathilde Dusol)

Pas na de laatste buzzer verzacht zijn blik. Zien we een glimlach, high fives voor de speelsters. Na de winst van de wereldtitel volgen knuffels. Maar Van der Linden staat niet op de voorgrond, staat niet als een bezetene te juichen. Waar de speelsters van gekkigheid niet weten wie ze in de armen moeten vliegen en bijkans uit hun rolstoel stuiteren, geniet de 51-jarige Van der Linden in stilte. Een knuffel voor assistent-coach Irene Sloof – ‘die is zo enorm belangrijk voor dit team’, zegt hij over haar – en alle speelsters krijgen drie zoenen. Hij geniet. Als ik hem feliciteer met het mondiale goud, zegt hij: ‘Eindelijk’. Met een diepe zucht en een grote lach.

En dan gaat de knop weer om. Er is altijd een volgende wedstrijd. Er is altijd een volgende stap in het proces.