2 juli 2026

“En de paralympiërs dan?” Waarom gelijkheid in de sportkas toekomstmuziek is

Het was groot nieuws in de sportwereld: het Internationaal Olympisch Comité (IOC) gaat iedere deelnemer aan de Olympische Spelen een vergoeding van 10.000 dollar (omgerekend zo’n 8.800 euro) uitkeren. Geen bonus voor een medaille, geen prestatieprijs, maar pure erkenning voor deelname. Want zeg nou zelf: zonder de atleten geen Spelen.

Een prachtig gebaar en een mooie opsteker voor de sporters. Ook nog eens ‘met terugwerkende kracht’ vanaf de laatste Winterspelen. Maar in de parasportwereld klonk al snel een ander geluid. Reacties als “En wij dan?”“Gaan ze dat ook voor ons doen?” en “Waar is de gelijkheid in de sportwereld?” overspoelden de sociale media.

Een begrijpelijke reactie. Paralympiërs trainen net zo hard, leveren net zo’n topsportprestatie en offeren evenveel op. Waarom krijgen zij deze startpremie dan niet? Het korte antwoord: ‘ze’ (het IOC) gaan dit inderdaad niet voor hen doen. En de organisatie die er wél over gaat, wíl zoiets misschien wel doen (zou ik moeten navragen), maar kán zo’n bedrag simpelweg niet betalen.

Twee verschillende werelden

Om te begrijpen hoe dit zit, moeten we eerst een hardnekkig misverstand uit de wereld helpen: de Olympische en Paralympische Spelen worden níet door dezelfde organisatie georganiseerd.

  • Het IOC (Internationaal Olympisch Comité) organiseert de Olympische Spelen.
  • Het IPC (Internationaal Paralympisch Comité) organiseert de Paralympische Spelen

En het zijn twee volledig gescheiden organisaties. Ja, ze maken eens in de twee jaar afspraken om hetzelfde olympische dorp en dezelfde stadions te gebruiken voor hun sportevenement, maar daar houdt de samenwerking achter de schermen wel zo’n beetje op. De portemonnee van het IOC is niet de portemonnee van het IPC. En andersom.

David tegen Goliath: de harde cijfers

Als we naar de bankrekeningen van beide organisaties kijken, praten we niet over een klein verschil, maar over een astronomische kloof.

  • De jaarlijkse begroting: Het IOC werkt met een gemiddelde begroting van maar liefst 1,4 tot 1,6 miljard dollar per jaar (gemeten over een vierjarige cyclus). Het IPC moet het doen met een jaarlijkse begroting van 25 tot 35 miljoen euro. Dat is welgeteld 0,02% van wat het IOC te besteden heeft.
  • Het eigen vermogen: Aan het einde van 2024 had het IOC een reservekapitaal van zo’n 3,5 miljard euro. Het IPC had op dat moment bijna 36 miljoen euro op de bank staan.
  • De jaarlijkse groei: Het vermogen van het IOC groeit jaarlijks met zo’n 200 miljoen euro. Het IPC mag in heel goede jaren de handjes dichtknijpen met een plus van 2 tot 3 miljoen euro.
Infographic van ParaWatcher die het enorme verschil in vermogen laat zien tussen het IPC (36 miljoen euro) en het IOC (3,5 miljard euro) voor een startpremie aan sporters.

Het rekensommetje van Milano Cortina 2026

Wat betekenen deze cijfers nu concreet als we die startpremie van € 8.800 per sporter gaan uitkeren? Laten we de Spelen van Milano Cortina 2026 als rekenvoorbeeld nemen.

Bij de Olympische Winterspelen deden 2.871 sporters mee. Dat kost het IOC in totaal iets meer dan 25 miljoen euro. Voor het IOC is dat een schijntje: het is slechts 0,006% van hun eigen vermogen en ongeveer 12% van hun jaarwinst. Ze betalen dit dus fluitend uit de lopende rente.

Aan de Paralympische Winterspelen deden 611 sporters mee. Dat zijn er een stuk minder. Mocht het IPC besluiten om deze sporters óók die € 8.800 te geven, dan kost dat de organisatie in totaal zo’n 5,5 miljoen euro. Dat klinkt als veel minder geld dan het IOC uitgeeft, maar voor het IPC is dit een financiële nekslag. Die 5,5 miljoen euro slokt direct ruim 15% van hun totale eigen vermogen op. Erger nog: het is gelijk aan 200% van hun jaarlijkse winst. Het IPC zou dus de volledige winst van twee hele kalenderjaren moeten opmaken om deze eenmalige premie te kunnen betalen.

Conclusie: Willen versus kunnen

De roep om gelijkheid vanuit de parasport is logisch en volkomen terecht als we kijken naar de sportieve prestaties. Het voelt wrang dat de ene topsporter wel een startpremie krijgt en de andere niet. Maar de realiteit is dat het IPC hier simpelweg de middelen niet voor heeft, hoe graag ze het misschien ook zouden willen (nogmaals: dat laatste zou ik moeten navragen). 

Zolang grote tv-zenders en multinationals miljarden besteden aan de Olympische Spelen en slechts een fractie daarvan investeren in de Paralympische Spelen, blijft deze financiële kloof bestaan. Het is geen kwestie van onwil of gebrek aan waardering vanuit het IPC; het is een kwestie van pure wiskunde.

Een kwestie van zakelijke logica

Betekent dit dat er helemaal geen oplossing is? Puur wiskundig gezien wel natuurlijk. Het IOC zou die 5,5 miljoen euro voor de paralympische sporters makkelijk kunnen missen. Maar hoe sympathiek dat idee ook klinkt, in de praktijk is het behoorlijk onwaarschijnlijk. Het blijft namelijk een kwestie van zakelijke logica. Het IOC vragen om de atleten van het IPC te betalen, is een beetje alsof de directie van Coca-Cola ineens besluit om alle medewerkers van concurrent Pepsi een bonus over te maken. Of Microsoft die de portemonnee trekt voor het personeel van Apple. Het kán theoretisch wel, maar logisch of realistisch? Nee, dat is het niet.

Wat vind jij? Snap je de zakelijke realiteit achter deze beslissing, of vind je dat het IOC juist een morele plicht heeft om een deel van haar miljardenvermogen te delen met het IPC om échte gelijkheid in de sport te creëren? Laat je reactie hieronder achter!

Grote foto: De olympische ringen en paralympische agito’s gebroederlijk naast elkaar in Cortina d’Ampezzo (foto: bella1105 / Shutterstock.com)

Misschien vind je dit ook interessant:

0 reacties

Een reactie versturen

0
Jouw winkelmandje
  • Geen producten in de winkelwagen.